Skip to main content

Steeds meer vrijwilligers dragen bij aan de volwasseneneducatie. Maar hoe werk je daarin het beste samen? Je leest er meer over in de handreiking ‘Vrijwilligers bij NT1 in de volwasseneneducatie’. 

Bron

Steeds meer vrijwilligers dragen bij aan de volwasseneneducatie. Dat gebeurt in formele trajecten, als ondersteuning van een docent in de groep. Maar vooral in non-formele trajecten, als taalmaatje of als begeleider van een taalcafé of een andere groepsactiviteit. In welke rollen komen vrijwilligers het beste tot hun recht? En wat moeten zij daarvoor weten en kunnen? En hoe stuur je vanuit beleid op een effectieve inzet van al deze vrijwilligers?  

Vrijwilligersmodel NT1 

In een eerder project is onderzocht hoe dat zit bij NT2-trajecten. Voor het Vrijwilligersmodel NT1 is speciaal gekeken naar de inzet van vrijwilligers in NT1-trajecten. In het model is uitgewerkt welke rollen en taken vrijwilligers zoal hebben. En hoe vrijwilligers en docenten daarin kunnen samenwerken. 

Waarom is er nu een apart model voor de inzet van vrijwilligers in NT1-trajecten? De leerdoelen van NT1’ers en NT2’ers zullen misschien niet zo verschillen. Mensen willen werk vinden, meedoen in de digitale wereld, zich beter redden in het sociale leven. Maar de weg hiernaar toe is vaak wel heel anders. Het vraagt om een andere aanpak in de begeleiding. En dus om een andere rol van de vrijwilliger daarin. 

Welke rol heeft de NT1-vrijwilliger? 

Is de vrijwilliger vooral een assistent van de docent? Dan wordt hij vaak ingezet om meer differentiatie mogelijk te maken, meer maatwerk in de groep. Hij begeleidt individuele of groepjes deelnemers, terwijl de docent met andere deelnemers bezig is. Dat kan tijdens de les, in het lokaal. Maar soms ook na de les, voor bijvoorbeeld extra oefening in een computerlokaal. 

Werkt de vrijwilliger als taalcoach? Dan werkt hij voornamelijk buiten het klaslokaal en buiten de lestijd. Dat kan een op een, maar ook in kleine groepjes. De taalcoach helpt deelnemers met extra oefenen of begeleidt bijvoorbeeld een leesgroep. Het is belangrijk dat de vrijwilliger hierbij wordt ondersteund door een docent of taalcoördinator. Zo zorgen ze samen dat de taken passen bij het leertraject van de deelnemer. 

Een derde rol is die van toeleider ofwel doorverwijzer. Deze vrijwilliger is meer bezig in het sociale domein, bijvoorbeeld bij een repareercafé of een kookcursus. Bij zo’n activiteit kan de vrijwilliger mogelijke problemen met lezen, schrijven of rekenen signaleren. En dan het gesprek aangaan en wijzen op leermogelijkheden in de omgeving. Dat signaleren en doorverwijzen gebeurt ook door vrijwilligers die op taalpunten werken in de bibliotheek, of in openbare ruimtes zoals het ziekenhuis. 

Wat moet je als vrijwilliger weten en kunnen? 

In het Vrijwilligersmodel NT1 zijn competenties uitgewerkt voor de verschillende rollen en taken. Zo moet een vrijwilliger aandacht en geduld tonen, kunnen samenwerken en betrouwbaar zijn. Maar ook kennis hebben van de doelgroep, een informeel leerklimaat kunnen scheppen, het zelfstandig leren stimuleren en ondersteunen.  

Ook is beschreven wat in een training voor vrijwilligers aan de orde zou moeten komen. Zoals: 

  • Hoe houd je de motivatie van deelnemers op peil? 
  • Hoe zorg je voor positieve ervaringen? 
  • Hoe geef je positieve feedback? 

Weer een ander document beschrijft kenmerken van de doelgroep NT1.  

  • Welke drempels ervaren deze deelnemers?  
  • Wat zijn mogelijke leermotieven en leerdoelen? 

Verder is er ook een document dat ingaat op het beleid. Hoe stuur je vanuit beleid op een effectieve inzet van vrijwilligers? Dat kan bijvoorbeeld door samenwerking tussen formeel en non-formeel onderwijs te stimuleren. Door te zorgen voor afstemming van vraag en aanbod. Of door trainingen en coördinatie te financieren.   

Je leest er meer over op de website van ITTA

Vrijwilligers bij NT2-trajecten 

En hoe zet je vrijwilligers het beste in bij NT2-trajecten? Welke rollen en taken passen daarbij? En wat moeten deze vrijwilligers zoal weten en kunnen? Dat is onderzocht en uitgewerkt in het project Erasmus+, uitgevoerd door ITTA UVA, Het Begint met Taal en Curio. Dat leverde een aantal producten op, zoals een model voor beleidsontwikkeling, een vragenlijst voor vrijwilligers en een intakeformulier voor anderstalige leerders. Je vindt deze documenten via Het Begint met Taal

Basis over basisvaardigheden Instrument Materiaal Training Beleidsmakers Vrijwilligers Docenten
Terug naar boven

Op de hoogte blijven?

Heb je interesse in meer informatie over basisvaardigheden? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief.