Skip to main content

Hoe betrek je inwoners met beperkte basisvaardigheden bij beleid? Over die vraag ging het kennisatelier dat het Expertisepunt Basisvaardigheden op 7 december 2020 organiseerde we een kennisatelier. Ervaringsdeskundigen, Stichting ABC en gemeenten deelden hun ervaringen.

“Coalitie, verordening, commissievergadering: de taal van politici is echt verschrikkelijk”, zegt Alex. Hij is taalambassadeur vanuit Stichting ABC. Dat betekent dat hij vanuit zijn eigen ervaring spreekt. “Ze gebruiken woorden die ik op moet zoeken en dan nog begrijp ik ze niet.” Iemand anders zegt: “Bij ’proeftuinen’ denk ik aan worteltjes. Die kun je proeven.” Alex roept daarom op: “Gebruik mensen zoals mij. Om taal begrijpelijk te maken, om elkaars leefwereld te snappen.” 

Taalambassadeurs zoals Alex hebben een schat aan kennis en ervaring. En steeds meer gemeenten willen mensen met beperkte basisvaardigheden betrekken bij hun werk. Maar het is de kunst om de beide werelden stevig aan elkaar te koppelen. Verspreid over het land wordt daar nu in veertien ‘innovatiekamers’ hard aan gewerkt. 

Puk Witte van Stichting ABC vertelt wat de innovatiekamers zijn en wat ze doen. “De innovatiekamers zijn netwerken waarin verschillende mensen die met laaggeletterdheid te maken hebben samenwerken. Ze zorgen er samen bijvoorbeeld voor dat het trainingsmateriaal, zowel voor laaggeletterden als voor beleidsambtenaren, op orde is.” 

Geen eenmalige afspraken 

“Ze maken ook afspraken over de taakverdeling tussen taalambassadeurs en de ambtenaren”, vervolgt Witte. “Geen eenmalige afspraken, maar afspraken die ook in de toekomst gelden.” In twaalf van de veertien gevallen zitten er mensen van de gemeente in de innovatiekamer. Er zit altijd een coördinerende ondersteuner in en er wordt een groep ervaringsdeskundigen van Stichting ABC betrokken. 

Deze taalambassadeurs weten uit eigen ervaring hoe het is als je moeite hebt met basisvaardigheden zoals lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden. De taalambassadeurs in de innovatiekamers hebben naast het algemene werk nog vier soorten rollen, vertelt Puk Witte. “De eerste rol is voorlichting geven over laaggeletterdheid en het taboe doorbreken. De tweede is nieuwe deelnemers voor taalonderwijs werven.” 

Voordelen voor beide kanten 

“De derde taak is het testen van communicatie, zoals brieven die de gemeente naar de inwoners stuurt, of teksten die ze op hun website zetten.” Zo’n testpanel kan ook de bewegwijzering in grote gebouwen beoordelen, zoals in ziekenhuizen en op het stadskantoor. Vaak levert het testen voordelen op voor beide kanten. Laaggeletterden krijgen formulieren die ze makkelijker in kunnen vullen. En de gemeente krijgt meer aanvragen voor bijvoorbeeld armoederegelingen, precies van de mensen waar ze voor bedoeld zijn. De gemeente Breda maakte samen met Stichting ABC een schrijfwijzer voor eenvoudige taal. 

De vierde taak kan in één woord worden samengevat: inspraak. Dat gaat erover dat mensen die moeite hebben met basisvaardigheden beter betrokken worden bij het werk van de gemeente. Dat kan op verschillende manieren. Een mooi voorbeeld is dat van Ria. Voor haar was de aanmeldzuil in de ontvangsthal van het gemeentehuis een apparaat met onbegrijpelijke knopjes. Zij vertelde dat aan de medewerker van de informatiebalie en ze stelde ook voor om voortaan iemand naast de aanmeldzuil te laten staan om uitleg te geven. De gemeente luisterde naar Ria en voerde haar voorstel uit. 

Inspraak kan ook betekenen dat inwoners mee kunnen denken over de plannen, dus het beleid, van de gemeente. Adviseur Ina den Hollander werkte voor Stichting ABC aan een project over inspraak. Ze legt uit dat inspraak op verschillende momenten kan. “Het beste is om al vanaf het begin inspraak te organiseren. Dus al bij de ontwikkeling van het beleid. En niet alleen als de plannen al af zijn en uitgevoerd worden.” Ze noemt Breda als goed voorbeeld. “Daar zijn bijeenkomsten waar organisaties en inwoners mogen meedenken bij de ontwikkeling van het beleid. En daar zitten ook altijd taalambassadeurs bij. Ze beslissen dan mee over welke activiteiten de gemeente wel en niet gaat doen.” 

Leren wat ze zelf willen 

Geert Hoogeboom van Stichting ABC zag goede voorbeelden van inspraak in Ierland en Wales. Bijvoorbeeld dat formeel en informeel leren en beroepsscholing daar goed samenwerken. En dat de vakbonden meedoen. “Daardoor bereiken ze makkelijker de grote groep werkende mensen. En de mensen daar hebben zelf veel inspraak in wat ze willen leren. Dat kan ook best breien zijn, of koken bijvoorbeeld.” Dat laatste doet ook de gemeente Meijerij, die meedoet in de lokale innovatiekamer. Camouflagecursussen zijn daar een goede manier voor, vertelt Munira Ibrahim. 

Als je de inspraak goed wilt organiseren, dan is het nodig dat de mensen die moeite hebben met basisvaardigheden goed begeleid worden, weet Ina de Hollander. “Want ze moeten in de voorbereiding op vergaderingen vaak ingewikkelde teksten doorlezen. Een goede begeleider neemt die samen door. Sommigen voelen zich niet op hun gemak in een officiële setting. Daardoor kunnen ze snel emotioneel raken bij kritische vragen. Op zulke momenten is een goede begeleider ook waardevol.” 

Structureel geld 

Een andere tip, die hiermee te maken heeft, geeft Ina den Hollander ook graag aan gemeenten: “Zorg dat je structureel geld regelt voor deze begeleiding, en ook voor de coördinatie van een groep taalambassadeurs. Als je het na verloop van tijd moet staken, dan voelen ze zich uiteraard bekocht.” In het ideaalplaatje krijgen de ervaringsdeskundigen net als de professionals ook betaald voor het werk. 

Zoals Alex en Liesbeth, die bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid meededen aan de Pensioen Driedaagse. “We kregen betaald voor ons advieswerk”, vertelt Alex. Hij is al een aantal jaar aan de slag als taalambassadeur. Voor Liesbeth is het allemaal nog nieuwer. Het opleidingstraject aan het roc was zwaar, ze heeft een lastige weg afgelegd, vertelt ze. “‘Ik heb een tweejarige opleiding gevolgd om te werken aan mijn basisvaardigheden.” 

Toen ze begon had ze helemaal geen ervaring met een laptop, vervolgt ze. “Het was moeilijk, ik ben op een gegeven moment echt vastgelopen. Ik ben ook mantelzorger en als ik ’s avonds eindelijk voor school aan de slag kon, moest ik soms tot half twee ’s nachts door buffelen. Maar ik heb het gered binnen twee jaar. Dat moest ook echt, anders moest ik eraf.” 

Alex ziet ook bij Liesbeth de rode draad die hij ziet bij alle mensen die moeite hebben of hadden met de basisvaardigheden. “Ze hebben allemaal een enorm gebrek aan eigenwaarde. Ze zijn klein gemaakt door de instanties, bijvoorbeeld door dreigende brieven van de gemeente als ze een keer een formulier niet goed hadden ingevuld. Wij willen als taalambassadeurs deze cirkel doorbreken.” 

Groenvoorziening als vindplaats 

Puk Witte heeft nog een goed advies voor gemeenten die met taalambassadeurs willen gaan werken. “Het is niet altijd makkelijk om ze te vinden. Maar je kunt ze dichtbij zoeken. Dat doen ze in de innovatiekamer in Zeeland ook. Daar benaderen ze mensen die bijvoorbeeld in de groenvoorziening werken of bij de afvalservice. Zij staan toch al op de eigen loonlijst, en kunnen het werk als taalambassadeur onder werktijd doen. Zo is meteen de vraag hoe taalambassadeurs betaald kunnen worden beantwoord.’ 

Tip van de dag 

Deze kennis en ervaring werd ook uitgewisseld in kleine subgroepjes. Daar ontstonden inspirerende gesprekken en werden waardevolle contacten opgedaan. De tips werden aan het einde van het kennisatelier gebundeld voor alle deelnemers. En misschien was dit wel de tip van de dag: “Vraag je bij alles wat je doet af: begrijpen Liesbeth en Alex het?” 

Praktijkvoorbeeld
Terug naar boven

Op de hoogte blijven?

Heb je interesse in meer informatie over basisvaardigheden? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief.