Skip to main content

Stichting Lezen en Schrijven ontwikkelde een aanpak die gemeenten helpt om inwoners die moeite hebben met basisvaardigheden beter te vinden en bereiken. Tijdens Basismeterdagen worden mensen met een bijstandsuitkering op één dag laagdrempelig gescreend op basisvaardigheden. Wie dat wil, krijgt direct begeleiding naar een passend leertraject.

Uit onderzoek blijkt dat laaggeletterden drie keer zo vaak afhankelijk zijn van een uitkering als niet-laaggeletterden. Toch is het voor klantbegeleiders en consulenten Werk & Inkomen niet altijd zichtbaar of iemand laaggeletterd is. Als iemand goed Nederlands spreekt, gaan de meeste mensen ervanuit dat ze dan ook goed kunnen lezen en schrijven. Ook tijdgebrek of handelingsverlegenheid zorgen dat het gesprek er in de praktijk vaak niet van komt. Bij NT1’ers speelt schaamte soms ook een rol, waardoor ze niet snel om hulp vragen en er dus een andere aanpak nodig is om deze inwoners te bereiken.

Annemijn Poot, senior adviseur bij Stichting Lezen en Schrijven, ziet dat Basismeterdagen daarbij goed werken: ‘Het helpt om inwoners met een bijstandsuitkering op een prettige manier beter in beeld krijgen en toe te leiden naar passend aanbod om hun basisvaardigheden te verbeteren.’ Stichting Lezen en Schrijven ondersteunt gemeenten bij de organisatie hiervan. Gemeenten Amsterdam en Pijnacker-Nootdorp vertellen over hun ervaringen met Basismeterdagen (ook wel ‘Taalmeterdag’ of ‘Doe mee dag’ genoemd).

Selectie van deelnemers

In de praktijk zijn de Basismeterdagen een zorgvuldig ingerichte aanpak met belangrijkste stappen: uitnodigen, warm ontvangen, de Basismeter afnemen, bespreken en – belangrijk – meteen doorpakken. Klantbegeleiders (ook wel: consulenten werk en inkomen genoemd) selecteren inwoners die niet-inburgeringsplichtig zijn, maximaal mbo-4 hebben en goed aanspreekbaar zijn in het Nederlands. Deze groep krijgt een uitnodiging. Maar alleen een brief in eenvoudige taal is vaak niet genoeg: nabellen of een sms verhoogt de opkomst. 

Laagdrempelig en op één plek

Op de dag zelf draait het om laagdrempeligheid. De Basismeterdagen worden georganiseerd op bekende locaties als het buurthuis, het wijkcentrum of de voetbalvereniging. Het is wel belangrijk dat er rustige ruimtes zijn voor de Basismeter én het gesprek daarna. Bekende gezichten van klantbegeleiders, koffie en iets lekkers zorgen ervoor dat mensen zich welkom voelen. 

De Basismeter zelf duurt ongeveer 15 minuten. Daarna volgt een gesprek tussen de inwoner en de klantbegeleider over de uitslag. Dit is vaak een cruciaal moment dat volgens Annemijn Poot ‘valt of staat met gespreksvaardigheden’. Klantbegeleiders worden daarom goed voorbereid met een training door Stichting Lezen en Schrijven. ‘Je leert tijdens de training hoe je de uitslag kan bespreken en dat je het thema moet gaan normaliseren: ‘het is heel normaal dat u daar moeite mee heeft, meerdere mensen hebben daar last van’, kan je bijvoorbeeld zeggen’, vertelt Sjoerd Ulrich, klantbegeleider van gemeente Amsterdam. Ook kunnen klantbegeleiders gespreksvaardigheden online oefenen met de DialogueTrainer.  

Vervolgens spreekt de inwoner met een medewerker van het Taalhuis of een andere taalaanbieder, die op de dag ook aanwezig is. Zo krijgt de inwoner gelijk informatie over het lokale aanbod van cursussen taal, rekenen of digitale vaardigheden. Bij interesse is het gelijk mogelijk om in te schrijven. In Amsterdam Nieuw-West konden de inwoners die bijvoorbeeld niet geïnteresseerd waren in cursusaanbod of geen indicatie hebben gekregen uit de Basismeter, ook terecht bij het Startpunt wanneer ze op zoek waren naar een stage of vrijwilligerswerk.

Van ‘onbespreekbaar’ naar ‘oplosbaar’

De Basismeterdagen leveren concrete resultaten op. In Amsterdam Nieuw-West was de indicatie van laaggeletterdheid onder de deelnemers opvallend hoog: van 70 deelnemers bleek 95% moeite te hebben met lezen en/of schrijven. In Pijnacker-Nootdorp werden 16 van de 40 deelnemers (eerste editie) en 8 van de 12 (tweede editie) doorverwezen naar een activiteit. Het voordeel van deze directe doorverwijzingen is dat mensen meteen kunnen starten met een activiteit en niet op een wachtlijst terechtkomen. En, zoals Annemijn Poot benadrukt, hebben de gesprekken nog een extra effect: ze geven scherp inzicht in wat deelnemers nodig hebben, waardoor het aanbod beter kan aansluiten op de leervraag.

Maar de echte winst zit niet alleen in de cijfers. Stichting Lezen en Schrijven ziet dat er ruimte ontstaat om het onderwerp in alle rust bespreekbaar te maken. Voor inwoners én voor klantmanagers. Schaamte maakt plaats voor begrip, en het gesprek krijgt een andere toon. Werkconsulent Anish Harpal van gemeente Pijnacker-Nootdorp zegt: ‘Veel mensen waren dankbaar en blij dat de gemeente hier aandacht voor had.’

Andere effecten

Soms komen ook andere vragen boven tafel. In Pijnacker-Nootdorp bleek een deelnemer geen moeite te hebben met basisvaardigheden, maar zich wel eenzaam te voelen en iets te willen betekenen voor de maatschappij. Zij is nu vrijwilliger geworden bij het Taalhuis. Pascale Warners (Taalhuis Oostland): ‘Dat is ook een belangrijke rol van het Taalhuis, verder kijken dan taal alleen, signalen oppakken en waar nodig warm doorverwijzen naar de juiste professionals.’

Er is ook winst te behalen voor de gemeenten. Door de training, het organiseren van Basismeterdagen en de effecten ervan, zijn de klantbegeleiders zich meer bewust van laaggeletterdheid onder NT1’ers. Ze hebben daar ook meer aandacht voor in hun dagelijkse werkzaamheden, wat zorgt voor meer begrip en betere begeleiding. 

Structurele aanpak

‘Om echt resultaat op te leveren moeten de Basismeterdagen onderdeel zijn van een structurele werkwijze. En niet enkel worden ingezet als eenmalige activiteit’, benadrukt Annemijn Poot. Gemeenten geven die borging op verschillende manieren vorm.

Pijnacker-Nootdorp stapte af van één grote, jaarlijkse bijeenkomst voor mensen in de bijstand. In de praktijk bleek het lastig om vooraf het aantal deelnemers en de benodigde inzet van consulenten goed in te schatten. ‘Daarom kiezen we nu voor een periodieke aanpak’, vertelt jobcoach Dimitry Mantzaris. ‘Eens per drie maanden willen we een bijeenkomst organiseren voor nieuwe instromers, gekoppeld aan voorlichting over de bijstandsuitkering.’ In Amsterdam Nieuw-West organiseren ze één keer per jaar Basismeterdagen, maar dan verspreid over een hele week. ‘Wanneer iemand zegt: ‘Maandag lukt niet’, kunnen we een andere dag voorstellen. Zo verwachten we een hogere opkomst’, vertelt Sjoerd Ulrich.

Meer weten? Zie:

Basis over basisvaardigheden Dagelijks leven en vrije tijd Participatie en werk Interventie Gemeente Vrijwilligers Sociaal domein
Terug naar boven

Op de hoogte blijven?

Heb je interesse in meer informatie over basisvaardigheden? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief.