Skip to main content

Iedereen wil gezien en serieus genomen worden. Zes mensen vertellen over ervaringen waarin dat niet vanzelfsprekend was en over de momenten waarop ze juist merkten dat hun stem ertoe doet.

Iedereen brengt zijn eigen ervaringen, kennis en perspectief mee. Juist door die ervaringen te delen, kunnen anderen leren en ontstaat er meer begrip. Deze zes mensen vertellen wat zij hebben meegemaakt, wat hen heeft geraakt en wat voor hen het verschil maakt. Hun verhalen laten zien hoe waardevol het is om naar elkaar te luisteren, ervaringen serieus te nemen en ruimte te geven aan verschillende perspectieven.

‘Twintig jaar geleden begon ik met leren lezen, schrijven en werken met de computer. Dat was een enorme stap, want ik had een bedrijf en moest ervoor uitkomen dat ik laaggeletterd was. Ik kwam terecht bij een organisatie waar ze wisten hoe ze mij konden helpen. Ik kon mijn verhaal steeds vaker vertellen en werd daardoor steeds bekender. Dat maakte me trots. Eindelijk durfde ik mijn verhaal te vertellen.

Elk jaar wordt er een prijs georganiseerd voor taalambassadeurs. Ik werd een paar keer genomineerd voor de prijs als bruggenbouwer, omdat ik mijn verhaal zo goed kon vertellen. Twee keer stond ik bij de laatste drie. Ik was zó trots dat ik tussen twee professionele mensen stond. Maar toen de prijs naar iemand anders ging, een directeur, voelde het alsof ik weer werd teruggestampt in de hoek van: “Jij bent maar een laaggeletterde.” Dat deed pijn.

Het jaar erop gebeurde hetzelfde. Ik stond weer bij de laatste drie, maar won de prijs opnieuw niet. Later kreeg ik ook te horen dat de organisatie meer met jongere mensen wilde werken. Terwijl ik juist zoveel ervaring had ingebracht. Ineens telde ik niet meer mee. Dat voelde alsof ik aan de kant werd gezet.

Dat gevoel dat je niet meetelt, doet zeer. Ik doe zoveel voor allerlei organisaties, zelfs voor banken, en daar word ik gerespecteerd. Maar soms word ik weer teruggeduwd in dat oude hokje.

Ik wil juist laten zien dat we het samen moeten doen. Niet ik, maar wij. Iedereen verdient het om als volwaardig gezien te worden.’

‘Een paar jaar geleden liep ik met mijn kinderen naar school. Ik had een appel in mijn hand en gooide het klokhuis tussen de bomen. Ik dacht: het is fruit, geen afval. Een man op de fiets riep naar mij: “Daar is een prullenbak, domme buitenlander!”

Hij was maar een paar meter van me vandaan, maar ik kon geen zin uitbrengen. Ik wist dat daar een prullenbak stond. Maar ik kon niet zeggen: “Meneer, het is fruit.” Dat bleef lang in mijn hoofd hangen. Mijn kinderen weten het ook nog steeds. Ze zeggen: “Mama, jij bent goed voor het milieu.” Maar voor mij bleef vooral het gevoel hangen dat ik niet kon reageren zoals ik wilde.

Dit gebeurt op meer plekken. Op straat, op school en op mijn werk. Omdat ik moeite heb met taal, denk ik soms: laat maar. Ik wil mijn kinderen goed helpen, maar soms praat ik zoals ik denk dat het hoort, zoals het mij tijdens de taallessen is geleerd. Niet zoals ik het zelf zou zeggen.

Pas later weet ik hoe ik het graag anders aan mijn kinderen had willen uitleggen. Dat gebeurt vaak. En dat gevoel van niet kunnen reageren, draag ik met me mee.’

‘Ik werk al meer dan vijf jaar bij Kentalis als ervaringsdeskundige onderzoeker. Ik werk meer dan 70 procent. Vorig jaar kreeg ik een brief van het UWV dat ik daardoor mijn Wajong-uitkering zou verliezen. Dat gaf me heel veel onrust. Ik heb het financieel niet breed, dus die uitkering is belangrijk voor mij.

Ik heb met HR van Kentalis besproken dat ik minder uren kon gaan werken om mijn uitkering te behouden. In de brief stond dat ik begin dit jaar meer informatie zou krijgen, maar ik hoorde niets. Ondertussen veranderden de regels weer en kwam het opnieuw in het nieuws, want ik ben niet de enige die hiertegenaan loopt.

De Wajong-uitkering is voor mij een belangrijk vangnet, maar ik kan er niet op rekenen. Dat zorgt voor stress.

Samen met mijn jobcoach heb ik mijn situatie uitgelegd aan het UWV. Ik kan mijn uitkering waarschijnlijk behouden, maar blijf bang om dat vangnet kwijt te raken. Waarschijnlijk behoud ik voorlopig mijn uitkering, maar het hele proces heeft me veel spanning gegeven.

Ik voel me niet gehoord. Mensen nemen belangrijke beslissingen over mijn leven zonder dat ze mijn situatie kennen. Alsof er niet naar mij als persoon wordt gekeken. Alsof ik makkelijk aan de kant geschoven kan worden.’

‘Een jaar geleden werd ik tijdens het lopen aangereden door een auto. Mijn nagel werd naar achteren gedraaid en ik had veel pijn. De huisarts stuurde me naar een ziekenhuis in Den Haag. Daar zeiden ze dat mijn nagel eraf moest, maar dat ik daarvoor opnieuw een afspraak moest maken voor een operatie in een ander ziekenhuis.

Ik ging goed voorbereid naar de operatie. Thuis had ik van alles klaargezet, omdat ik wist dat ik mijn hand na de operatie niet goed zou kunnen gebruiken. In dat tweede ziekenhuis zat ik bijna twee uur te wachten. Toen kwamen de artsen binnen, keken naar mijn vinger en zeiden: “Tja, het is een beetje moeilijk… je moet toch naar een ander ziekenhuis.” Weer een nieuwe afspraak bij een specialist.

In het derde ziekenhuis moest er ook nog een foto worden gemaakt.

Nu ben ik doorgestuurd naar het vierde ziekenhuis. Over twee weken krijg ik eindelijk een operatie. Dat is fijn, maar ik voel me niet serieus genomen. Artsen sturen me zo gemakkelijk door en hebben me lang laten wachten terwijl ik veel pijn had. Alsof ik niet belangrijk ben.’

‘Ik rook één keer per week sigaren met een groep mannen. We bespreken veel samen. We praten over van alles, maar ik houd me meestal een beetje op de achtergrond. Ik wil niet steeds op de voorgrond treden.

Op een dag kreeg ik ineens een schouderklopje. Ik had een man uit de advocatenwereld advies gegeven. Ik had hem verteld dat hij met zijn telefoon ingewikkelde brieven in gemakkelijke taal kon omzetten. Dat had hij gedaan. Daarom kreeg ik een schouderklopje van hem. Hij zei: “Je hebt me goed advies gegeven.”

Voor ik het wist, zaten daar een heleboel mensen die me vroegen wat ik precies deed als ervaringsdeskundige. Ik kon nu heel makkelijk meepraten.

Dat werkte. Ineens wilden meer mensen weten wat laaggeletterdheid precies is. Voor ik het wist, zat ik anderhalf uur te vertellen over mijn ervaringen. Anderen luisterden naar me. Dat gaf me het gevoel dat ik meetelde.’

‘Ik ben sinds 2001 in Nederland. In 2013 kreeg ik na twaalf jaar eindelijk mijn eigen huis. Ik kreeg een brief dat ik een Nederlandse taalcursus moest volgen voor mijn inburgering.

Maar die cursus was slecht. De lessen waren kort. Er was nooit genoeg tijd voor vragen. Als ik een vraag had, moest ik soms vijftien minuten wachten. Vaak lukte het inloggen niet en was de tijd alweer om voordat ik kon beginnen.

Ik vond dat twee of drie uurtjes per week zo niet genoeg waren. “Het is niet anders, je krijgt een gratis cursus van de gemeente”, zeiden de docenten. Ik mocht dus niet klagen.

Toen ik hierover sprak met de conrector, zei hij dat ik “een grote mond” had. Ik voelde me niet gehoord. Later ontdekte ik dat de cursus niet gratis was, maar dat de organisatie subsidie kreeg van de gemeente per deelnemer. Dus ook voor mij, terwijl ik geen goede lessen kreeg. Dat voelde oneerlijk.

Na zes maanden moesten we examen doen. Van de vijftig tot zestig deelnemers slaagden er maar twee of drie. Dat lag niet alleen aan ons. Maar niemand maakte zich druk om de vraag of wij wel goede lessen kregen. Niemand keek naar onze rechten. Niemand vroeg wat we nodig hadden om wél te slagen.

Ik geloof dat inburgering iets is wat je samen moet doen. Elkaar helpen, delen en van elkaar leren. Maar zo heb ik het niet ervaren.’

Participatie en werk Gemeente Ervaringsdeskundigen Vrijwilligers Sociaal domein
Terug naar boven

Op de hoogte blijven?

Heb je interesse in meer informatie over basisvaardigheden? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief.