Skip to main content

Over meertaligheid bestaan veel vragen. Want wanneer is iemand nou meertalig? Hoe gaan we hier in de praktijk mee om? En hoe zit het eigenlijk met meertaligheid en beleid?

Om antwoorden te vinden op deze vragen, organiseerde het Expertisepunt Basisvaardigheden op 25 mei het kennisatelier Benut de kracht van meertaligheid. Er was veel belangstelling, want maar liefst 30 mensen schoven online aan. Om het onderwerp meertaligheid & beleid vanuit meerdere hoeken te belichten, waren 3 professionals uitgenodigd om hier iets over te vertellen.  

Ryanne Francot trapte af met haar presentatie over meertaligheid. Ryanne is universitair docent aan de Universiteit van Utrecht en houdt zich bezig met onderzoeken naar meertaligheid. Ze legde uit dat het spreken, schrijven, begrijpen of lezen van meer dan 1 taal iemand meertalig maakt. Maar ook, dat er eigenlijk geen eenduidige definitie van meertaligheid bestaat. De groep meertalige mensen is heel divers. Want veel mensen spreken van huis uit een andere taal of dialect. Het maken van beleid kan daarom lastig zijn.  

Ook benoemde zij de voordelen van meertaligheid bij volwassenen: 

  • Op cognitief vlak zorgt het beheersen van meerdere talen voor een vertraging in het ontstaan alzheimer en dementie. ‘Het is topsport voor je hersenen’, zo benadrukte Ryanne.  

  • Sociaal-emotioneel gezien hebben meertalige mensen minder communicatieproblemen met anderen. Als je bijvoorbeeld met iemand spreekt in dezelfde taal heb je sneller een gelijkwaardigere en vertrouwde band. In bepaalde situaties, zoals in de zorg, kan dit een groot voordeel zijn. 

  • En op maatschappelijke vlak. Want meertalige mensen zijn meer gewild op de arbeidsmarkt, komen op hogere posities terecht komen en ontvangen hierdoor een hoger inkomen.  

Verder besprak ze assimilatie versus integratie. Bij assimilatie wordt van mensen met een migratieachtergrond verwacht, dat zij alleen nog de taal en cultuur van het nieuwe land gebruiken. Hiermee moeten zij afstand doen van hun eigen taal en cultuur. Bij integratie is dit niet het geval. De nieuwe taal en cultuur wordt dan naast iemands vertrouwde taal en cultuur gebruikt. Veel mensen zijn bang dat dit verwarrend kan zijn, vooral voor kinderen. Maar Ryanne vergeleek het beheersen van meerdere talen met een kapstok, waaraan je meerdere jassen naast elkaar kan ophangen. 

Nederland bruist van de verschillende talen. En als we mensen toestaan om deze talen gebruiken, kunnen we daarvan profiteren. Op persoonlijk vlak, maar ook als maatschappij. Ze sloot af met een advies aan beleidsmakers: ‘Begin met een inclusief taalbeleid, waarbij je erkent dat andere talen en dialecten welkom zijn. En laten we al deze talen en dialecten om ons heen, beschouwen als een rijkdom.’ 

Daarna was het woord aan Elise Zomer, projectmanager bij Het Begint met Taal. Zij deelde haar ervaring in taalcoaching met meertalige deelnemers. Volgens Elise komen volwassen personen die een nieuwe taal leren, op 3 manieren in aanraking met taal:  

  • Via formeel taalaanbod met een NT2 docent. 

  • Op sociale evenementen. 

  • Via non-formeel taalaanbod, vaak met vrijwilligers. 

Vooral over het laatste punt had zij veel te vertellen. Het Begint met Taal heeft namelijk een groot aanbod praktijkgerichte materialen en trainingen voor taalvrijwilligers Zo kunnen nieuwkomers Nederlands oefenen met een taalmaatje of online kletsmaatje.  

Ook legde ze uit, dat het prima is om voor belangrijke informatie iemands moedertaal te gebruiken. Of een tussentaal, zoals het Engels. Het wisselen tussen meerdere talen is helemaal geen probleem. Want het is belangrijk dat iemand snapt wat er precies wordt bedoeld. Ze eindigde haar presentatie met de aanbeveling: ‘Voor nieuwkomers is het krijgen van taalles plus taalcoaching de ideale combinatie. Stimuleer deze combinatie. En zorg dat taalaanbieders, taalhuizen, welzijnsorganisaties en bibliotheken voldoende capaciteit hebben om nieuwkomers en vrijwilligers te begeleiden.’     

Amber Tieck, van de streektaalorganisatie Huus van de Taol, sloot het rijtje met een toelichting over streektaal in beleid. Ze legde uit dat taalkundig gezien, er geen verschil is tussen taal en dialect (streektaal). Maar politiek gezien wel. Een taal heeft namelijk politieke erkenning. Hierbij horen bepaalde rechten en plicht. Bijvoorbeeld de plicht om een erkende taal als vak aan te beiden in het onderwijs, zoals het Fries in Friesland. Daarbij hebben Friese burgers het recht om in het Fries te communiceren met de overheid en rechtbank. Deze rechten en plichten gelden niet voor het Nedersaksisch en Limburgs (erkende streektalen).  

Maar dit betekent niet, dat het niet mag. De overheid is door wetgeving verplicht om streektalen aan te moedigen. En omdat hierover weinig verplichtingen en regels zijn opgesteld, is er juist veel mogelijk. Provincies en gemeenten mogen zelf bepalen op welke manier zij streektaal een plek geven in beleid. Vaak gebeurt dit vanuit de hoek cultuurerfgoed. ‘En dat is zonde’, zo stelde Amber. ‘Want het zijn springlevende talen.’  

Ze ondersteunde dit met het onderzoek van het CBS (2019). Hieruit is naar voren gekomen dat veel mensen thuis een streektaal gebruiken. In Friesland spreekt zo’n 40% van de gezinnen thuis Fries. In Limburg gebruikt 48% van de inwoners thuis Limburgs. En het Nedersaksisch, dat in meerdere provincies wordt gesproken, wordt door 30% van de inwoners gebruikt als thuistaal. Daarnaast onderstreepte ze de voordelen van meertaligheid, die eerder werden genoemd door Ryanne Francot. Kinderen die thuis een streektaal gebruiken, groeien tweetalig op. Als spreker van een streektaal, profiteer je daarmee van alle voordelen van meertaligheid.  

Tot slot lichtte Amber toe, dat je kunt streektaal gebruiken om dichter tot je inwoners te komen. En om de toegankelijkheid van een organisatie te verbeteren. Ze gaf hierbij ook een aantal voorbeelden, zoals: 

  • plaatsnaamborden, met daarop de plaatsnaam in het Nederlands én in de betreffende streektaal; 

  • vergaderruimtes met een naam in de streektaal; 

  • het toepassen van streektaal in overheidscommunicatie; 

  • audio in streektaal op de gemeentewebsite; 

  • het maken van een omgevingsvisie in streektaal; 

  • en het gebruiken van streektaal door politie of boa’s. Een benadering in eigen taal verkleint de afstand tussen mensen en kan kalmerend werken in gevaarlijke situaties. 

Na iedere presentatie konden deelnemers vragen stellen, voorbeelden delen en ervaringen uitwisselen. Van deze mogelijkheid werd veel gebruik gemaakt. Zo kwam het nog ter sprake dat iedere streektaal wel een streektaalorganisatie heeft. Denk bijvoorbeeld aan Levende Talen Limburg. De website NL doet, werd nog gedeeld als tip om leuke activiteiten voor taalcoaching te vinden. En wil je meer weten over meertaligheid? Kijk dan eens op www.drongo.nl  

Terug naar boven

Op de hoogte blijven?

Heb je interesse in meer informatie over basisvaardigheden? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief.